zondag 20 december 2009

Fusie van SLP en Groen!; en ik?

Gisteren, werd de kogel door de kerk geschoten.
SLP en Groen worden voortaan een partij.
Dat een intense samenwerking tussen progressieve partijen nodig is in dit land daar was ik al lang van overtuigd, een eigen profiel en actie vanuit een ideologie evenzo. Het slechte verkiezingsresultaat maar vooral de financiële en structurele gevolgen ervan waren zo groot dat SLP op nationaal vlak onmogelijk als volwaardige partij verder kon functioneren, ondanks het enthousiasme van leden en mandatarissen. Dus de tering moest naar de nering worden gezet op partijvlak.
Al meer dan 8 jaar zet ik me als een progressieve vlaming in met veel engagement en enthousiamse in voor het links-liberalisme/sociaal-liberalisme. En ook in de toekomst blijft dat evenzo. Mijn hart doet toch wat pijn, en wil bij deze allen bedanken voor de hartelijke samenwerking bij Spirit/VlaamsProgressieven/SLP. De ervaringen die ik toch nog toe heb opgedaan zijn van onschatbare waarde, zowel als militant, actievoorder/betoger, partijraadslid, provinciaal voorzitter,...
Met een groep sociaal-liberalen en progressieve vlamingen wil ik samen met de ecologisten van Groen! aan politiek doen om samen een factor van belang te worden in het politieke landschap.

Neen ik word geen ecologist, al heb je op deze blog wel gezien dat ik een grote interesse voor het leefmilieu heb. Mijn politiek handelen zal steeds gebeuren volgens het sociaal-liberale denkkader van vrijheid, gelijke kansen en verantwoordelijkheid. Ik pleit voor een individualistische benadering van het politieke beleid zonder de interpersoonlijke solidariteit en verantwoordelijkheid uit het oog te verliezen en dat zal ik ook altijd zo blijven verkondigen. Paars is en blijft mijn persoonlijk politieke kleur, de groene franjes ;.) die waren er al.

Daarnaast zal ik altijd blijven pleiten voor samenwerking (welke vorm dan ook) met andere progressieve krachten en sociaal-liberalen die al dan niet partijpolitiek ontsloten zijn.

Daarnaast blijf ik actief lid bij L², de sociaal-liberale jongerenorganisatie. Gezien mijn eigen overtuiging en het geloof dat sociaal-liberalisme/links-liberalisme een groot potentieel heeft zeker bij jongeren, getuige ervan de politieke schooldebatten waar SLP bijna steevast goed scoorde.
L² stelt zich dus partijonafhankelijk op en ondersteunt hen die het sociaal-liberale gedachtengoed willen uitdragen.

Jethro Mortier

SLP en Groen! worden één partij.

"BRUSSEL - De kleine links-liberale partij SLP fuseert met Groen!. De fusie werd zaterdag door de politieke raad van Groen! goedgekeurd met 76 procent en op de partijraad van SLP met bijna 70 procent."

Bedoeling is om in Vlaanderen een sterke groene vierde stroming te organiseren.
Op een gezamenlijke persconferentie zetten Van Besien en SLP-voorzitter Geert Lambert vooral de overeenkomsten tussen beide partijen in de verf. Het gaat dan vooral om de ongebonden houding van beide partijen en de gelijke visie op thema’s zoals duurzaamheid en diversiteit.

'Stemtestgevaar'
Van Besien legde het uit met de term 'stemtestgevaar'. Bij stemtests voor de verkiezingen kwamen kiezers van Groen! vaak uit bij SLP en andersom. 'Een bewijs dat beide programma’s inhoudelijk nauw bij elkaar aansluiten', aldus Van Besien.

'Er zijn wel verschillen, maar die zitten vaak in de bewoordingen', legt Lambert uit. Die verschillen zitten dan bijvoorbeeld op communautair en op economisch vlak. Een reeks studiedagen en congressen moeten alvast helpen om de samenwerking uit te diepen en de verschilpunten te overstijgen.

Naast de traditionele socialistische, christen-democratische en liberale wil het vernieuwde Groen! een 'vierde stroming' worden.

Politieke geloofwaardigheid Lambert
Lambert geeft toe dat er een gevaar bestaat dat mensen gaan twijfelen aan zijn politieke geloofwaardigheid. Op enkele jaren tijd was Lambert lid van achtereenvolgens Spirit/VlaamsProgressieven/SLP en nu Groen! . 'Toch ben ik inhoudelijk hetzelfde parcours blijven rijden. Ik blijf ook een sociaal-liberaal en ik reken erop dat het sociaal-liberalisme in Groen! kan overleven', aldus Lambert. Lambert hamert er ook op dat hem geen beloftes voor postjes of mandaten zijn gedaan.

Uitwerking integratie

Hoe de samenwerking op de verschillende niveaus zal uitgewerkt worden, ligt nog niet 100 procent vast. Op Europees niveau stelt er zich geen probleem. Daar zit ex-SLP’er Nelly Maes al in dezelfde fractie als de groenen (Groenen/Europese Vrije Alliantie). Op federaal niveau wordt Geert Lambert de derde senator voor Groen! .

Ook op lokaal vlak wordt de integratie doorgevoerd. Op sommige plaatsen ligt dat wel moeilijk. Hier en daar zit de SLP in de meerderheid en Groen! in de oppositie, of omgekeerd. Bedoeling is dat de engagementen van de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 worden gerespecteerd.

bron: De Standaard

donderdag 19 november 2009

Opinie over opvoeding en onderwijs door Inan Akbas

Over opvoeding en onderwijs
18 / 11 / 2009

November heeft zijn intrede gedaan in 2009, we zijn ondertussen bijna een decennium ver in de 21e eeuw. Het nieuwe academiejaar komt op kruissnelheid voor universiteiten en hogescholen. Op straat in de Vlaamse steden wandelen en fietsen studenten van kot via college naar café en terug, en vaak ook wel in andere volgorde. Hun aantal blijft stijgen, dit jaar zelfs met iets meer procentjes dan gewoonlijk dankzij de nieuwste lichting achttienjarigen, exponenten van de babyboom van begin jaren 90.

Maar één vaststelling blijft onwrikbaar behouden: in die menigte van Belgische studenten en occasionele Erasmusgangers ontwaren we nog altijd met moeite de nieuwe Belgen en andere immigranten. Ondanks hún constante babyboom, want laten we wel wezen: vooral in dat gezelschap moeten we de oorzaak zoeken van ons positief geboortecijfer. En ondanks de circa tien procent die ze vertegenwoordigen van de hele Belgische bevolking, wat betekent dat die demografische statistieken zeker niet recht evenredig lopen met het aantal hoger opgeleiden van buitenlandse origine.

Hoe komt het toch dat er zo weinigen van hen doorstromen van het middelbaar naar de unief of de hogeschool? De naoorlogse gastarbeiders in België hebben intussen al nazaten in de vierde generatie. Worden zij nog altijd gediscrimineerd? Worden hun onderwijskansen ontnomen door vooroordelen of armoede? Of hebben sommigen zich definitief teruggetrokken uit ons maatschappelijk leven, als een gepest kindje, zo vaak buitengesloten dat het zich in zijn eigen wereldje is gaan begeven?

Geen perfecte wereld

Het wordt tijd dat we afstappen van de idee van de achtergestelde allochtoon, die niet gelijk wordt behandeld op straat, door de autoriteiten, op school en op de arbeidsmarkt, inzake huisvesting et cetera. Ongetwijfeld zal er altijd discriminatie blijven bestaan. We leven nu eenmaal niet in een perfect stelsel, in een perfecte wereld.

Maar laten we ons hier focussen op het thema onderricht. Beter dan in een ontwikkeld land als België, dat toch over een zeer degelijk onderwijssysteem beschikt waarin gelijke kansen en de vrijheid van mening en individu vooropstaan, met bijvoorbeeld betaalbare scholen en studiebeurzen, zullen je kansen niet worden.

We zijn van mening dat het Vlaamse onderwijs voldoende mogelijkheden en stimuli biedt voor iedereen, ongeacht klasse of afkomst. Natuurlijk kan alles beter, dus als scholen en onderwijzers incentives aanreiken die leiden tot een betere doorstroming van allochtone leerlingen naar hoger onderwijs, dan kan je dat alleen maar toejuichen. Zoveel te beter. Toch geloven we dat het aanbod toereikend genoeg is en dat we daarin niet moeten zoeken naar het falen van de doorstroming. Nee, dat falen heeft andere oorzaken die nauw met elkaar verweven zijn en waarvan we er enkele willen belichten.

In de spiegel kijken

Ten eerste speelt de opvoeding die kinderen thuis krijgen een belangrijke rol in hun ontwikkeling en schoolprestaties. Dat zal niemand ontkennen. Ouders die hun kinderen niet prikkelen om het goed te doen op school, die niet geïnteresseerd zijn in of niets begrijpen van hun lessen en resultaten, kunnen niet verwachten dat hun zoon of dochter het goed zal doen in de klas. Voor wie of wat zouden die zich moeten inspannen, zonder aandacht of beloning in het vooruitzicht?

We merken dat de allochtone gemeenschap nog altijd dingen verwacht van de samenleving, in casu van het onderwijs, zonder dat ze de eigen verantwoordelijkheid opneemt: omdat mensen de taal niet beheersen, omdat ze geen job hebben of omdat ze geïsoleerd leven, soms zelfs omdat alle drie de redenen betrekking hebben op hen. Daarom is het belangrijk dat we deze mensen in de spiegel laten kijken, ouders aanzetten om de kinderen te stimuleren dus en hun opvoeding/onderwijs ter harte te nemen. Duidelijk te stellen dat ze alleen maar wel kunnen varen bij de kansen die Vlaanderen en België hen aanbiedt op gebied van onderwijs, en werk. Zouden we hierin niet beter stoppen met betutteling en een confrontatie nastreven met de eigen afkomst?

Willen ze dat hun kinderen dezelfde route in het leven uitstippelen, dat van een poetsvrouw, fabrieksarbeider of vuilnisman? Of willen ze dat hun kinderen juist de weg vinden naar hoger onderwijs, zich opwerken op de sociale ladder?

Wanneer we bijvoorbeeld aan jonge poetsvrouwen van Turkse origine vragen wat het beroep van hun moeder is, antwoorden ze altijd hetzelfde, namelijk poetsvrouw. Het zijn allemaal intelligente vrouwen met een uitgesproken mening, onafhankelijk en geëmancipeerd. Ze weten wat ze willen maar toch blijven ze op een bepaald moment ter plaatse trappelen in hun leven.

Ander voorbeeld: een jonge Turkse vrouw van 22 jaar vertelde ons ooit dat haar broer een bijbaantje had gevonden voor haar: poetsen in een bedrijf, ’s avonds. Ze zei dat ze dat niet wilde doen en dat ze liever naar een cursus boekhouden of management wilde gaan, of een stiel wilde leren. Wel, ze poetst nog altijd. En ze spreekt nog altijd gebrekkig Nederlands.

Bling

Dit gaat niet alleen over vrouwen natuurlijk: veel jongeren hebben gewoon geen zin meer om te studeren en willen zo snel mogelijk verlost raken van school om hun eigen ding te kunnen doen. Wat is dat, hun eigen ding, stellen we hen als vraag. Hun antwoord komt hierop neer: bling, snel geld.

Jongeren moeten een bepaald verantwoordelijkheidsgevoel en een zekere motivatie mee krijgen, willen ze iets betekenen op de arbeidsmarkt. En daar wringt het schoentje net: is dit een taak van de ouders of van de overheid? Wij menen dat dit van de ouders moet komen. Tussen haakjes kunnen we stellen dat deze problematiek zonder twijfel ook geldt voor de autochtone jeugd, maar voor nieuwe Belgen lijkt de toestand net iets meer precair.

En oplossingen zijn er niet zomaar voor handen. Ouders moeten zoveel mogelijk betrokken raken in het leven van hun kroost. Samen beslissen over de toekomst van je kinderen, geïnteresseerd zijn in zijn/haar toekomst, mogelijkheden aanreiken en zorgen dat er ruimte is voor een openhartig gesprek tussen ouders en kinderen. Maar hoe? Misschien lukt het in het bijzijn van een derde persoon met dezelfde origine of achtergrond, een neutrale moderator of sociaal werker?

Beperkte taalbeheersing

We hebben het daarnet al even aangekaart: taal en de beperkte beheersing ervan. Volgens ons een tweede oorzaak van het falen van de doorstroming. Allochtonen spreken thuis en in hun omgeving te vaak te weinig Nederlands. Ze leren de taal enkel op school en niet in de omgang met anderen, niet in hun vrije tijd, als ze er ongedwongen mee zouden kunnen omgaan en een natuurlijker taalgevoel zouden kunnen creëren.

Volgens een recent rapport van de Cel Armoedebestrijding in Gent, dat veel aandacht schenkt aan de relatie tussen onderwijs en armoede, is onvoldoende taalbeheersing een van de grote oorzaken van schoolachterstand, een probleem dat zich vooral stelt bij nieuwe Belgen en immigranten.

En schoolachterstand verhoogt op zijn beurt het risico op armoede. Wat zegt het rapport? Over heel België hebben bij de etnisch-culturele minderheden vooral Turken en Marokkanen het moeilijk: 59 procent van de Turken en 55 procent van de Marokkanen leeft onder de armoedegrens. Cijfers zeggen niet alles, met statistieken kan je alles bewijzen, we kennen de clichés, maar in dit geval kun je er niet omheen. Een blik op de hedendaagse getto’s lijkt deze resultaten te staven.

Veel nieuwe Belgen en andere immigranten sluiten zich op die manier dus zonder het te beseffen uit van de mogelijkheden die dit land hen te bieden heeft. Ze leven op een eiland. Wat op microschaal hun ontwikkeling en die van hun kinderen in de weg staat, discrimineert op macroschaal hun hele gemeenschap. Ze stellen zichzelf als het ware achter. Van jongs af aan groeien die kinderen op met een taalachterstand die velen nooit meer goedmaken. Ze ploeteren veelal door de lagere en middelbare school en eindigen in het beroeps of de technische richtingen, als ze de schoolbanken al niet voortijdig verlaten. Daardoor is er maar een minieme doorstroming naar de wetenschapswereld, de media of het cultuurwezen…

Actieve deelname aan de maatschappij

Bovenop de geringe stimulans thuis en de daarmee gepaard gaande taalbeperktheid zien we een derde factor die hier sterk mee verbonden is: dat is de omgeving. Ouders moeten dus niet alleen op de overheid rekenen wat het opvoeden betreft, maar zelf die omgeving scheppen die hun kinderen aanspoort tot betere prestaties op school.

Dat milieu zien we in brede zin: motivatie van thuis uit, maar evenzeer vanuit de buurt waarin het gezin woont, vanuit familie, kennissen en vrienden. Als die kleine gemeenschap met dezelfde wortels, gewoontes en cultuur in zichzelf is gekeerd, zonder actieve deelname aan de eigenlijke maatschappij, dan is het moeilijk om je daarvan los te trekken en een andere toekomst te ambiëren.

Cognitief gedrag en isolement zijn in dit geval immers een segregerende combinatie. Je kopieert namelijk het leven dat je altijd rond je hebt gezien, het enige wat je kent, en blijft steken in je eigen kleine etnische gemeenschap, als op een eiland.

Wat gebeurt er als je aspiraties net iets verder reiken dan het plaatselijke stempellokaal, de fabriek waar al je vrienden werken of de pitazaak van je ouders? Dan heb je twee keuzes: je steekt die ambitie weg, als een droom die nooit zal uitkomen, of je kiest voor de moeilijke tweede optie en je gaat je horizon verbreden. Het komt in dat laatste geval meer dan geregeld voor dat een beloftevolle allochtone student wordt uitgesloten van zijn vrienden, waardoor hij genoodzaakt is andere kringen op te zoeken waar hij wel wordt begrepen en opgenomen in de groep.

Acting white

In de Verenigde Staten is er een verontrustende evolutie met betrekking tot dit fenomeen, waarvoor we in Vlaanderen misschien ook moeten beginnen op te letten. Daar duikt de term acting white steeds vaker op bij voornamelijk jonge Afro-Amerikanen.

Die uitdrukking is al onderwerp geweest van universitaire studies en heeft in het verleden zelfs reacties uitgelokt bij president Barack Obama. Acting white, letterlijk: je gedragen als een blanke, verwijst naar de houding van jongeren uit etnische minderheden die door middel van studies hogerop willen raken in de samenleving. Het zijn leerlingen die meer ambiëren dan het uitzichtloze leven van hun omgeving en net deze jongeren krijgen van hun vrienden en kennissen te horen dat wat ze doen verkeerd is, dat ze het gedrag kopiëren van de blanken, namelijk studeren.

En waarom? Enkel en alleen omdat ze eens een boek in hun handen nemen om iets bij te leren, om vooruit te raken in hun leven, om later een fatsoenlijke baan te hebben, een huis en een degelijk inkomen. Het is net alsof de omgeving zich beledigd voelt door de zoektocht van een ‘medestander’ naar een beter bestaan, hiermee insinuerend dat hun manier van leven minderwaardig is. Frappant aan heel die beschuldiging van acting white is dat het zich blijkbaar ook meer voordoet in geïntegreerde scholen dan in zogenaamde zwarte scholen, in de VS is dit zelfs letterlijk te nemen, waar bijna geen blanke leerlingen ingeschreven zijn.

Dit is iets wat, in een soort Belgische versie, eventueel kan overwaaien vanuit de VS, als de situatie niet verbetert. We kunnen enkel pleiten voor een betere geografische spreiding van allochtonen op het gebied van onderwijs en huisvesting om zulke zaken te vermijden.

Geen rolmodellen

Als laatste oorzaak van de minimale doorstroming van allochtonen naar het hoger onderwijs en van daaruit naar sectoren zoals de media en de wetenschap zouden we het gebrek aan rolmodellen willen aanhalen.

Naar wie kunnen deze jongeren opkijken en wie kunnen ze als voorbeeld nemen om te proberen iets te bereiken met hogere studies? We stellen vast dat er allochtone dokters zijn, advocaten, boekhouders, journalisten, managers, maar met hoeveel zijn ze, die witte raven?

Er is een evolutie, maar die verloopt traag. De eerste immigranten waren gastarbeiders in de mijnen en fabrieken. Daarna doken de eerste allochtone zelfstandigen op, eigenaars van pitazaken, restaurants, theehuizen. De volgende generatie kreeg/nam de kans om te studeren. Maar de rolmodellen die nu in zwang zijn, dringen het onderwijs naar de achtergrond.

Vraag maar rond naar bekende nieuwe Vlamingen. De antwoorden zijn zangers zoals Brahim en Hadise, sportlui zoals Fellaini en Kompany. Geen van hen die dat te danken heeft aan hogere studies. Ze hebben hun verdiensten, daar niet van, ze bieden als rolmodel vele allochtone jongeren een uitweg. Maar we wilden een lans breken voor meer hoger opgeleide nieuwe Belgen.

Misschien kunnen we een oproep doen aan de media om op zoek te gaan naar die witte raven, de dokters, advocaten, boekhouders en managers en hen een forum te bieden, wanneer ze weer een verklaring of interview nodig hebben van een expert. Die oproep geldt ook in tegenovergestelde richting: laat als allochtone hoger opgeleide weten dat je je ter beschikking stelt van de media als deskundige en vooral als rolmodel van jonge allochtone mediagebruikers.

Je hoeft niet gekrenkt of verontwaardigd te zijn, omdat je denkt dat ze je alleen willen opvoeren omdat je allochtoon bent en niet omwille van je kwaliteiten. Want zonder die kwaliteiten stond je nergens, kreeg je sowieso geen forum. Je kan bijvoorbeeld een president zijn en toevallig ook zwart. Ontken dus je achtergrond niet. Do the right thing. Het is nodig.

Dit zijn volgens ons vier belangrijke, samenhangende oorzaken van het geringe aantal hoger opgeleide nieuwe Belgen. Het zijn niet de enige factoren, maar ze springen duidelijk in het oog, en met een minimum aan inspanning zouden er veel problemen opgelost kunnen raken. Op zijn minst zou er al een begin van een uitkomst zijn. We hebben enkel de wilskracht nodig om er iets van te maken. Maar laten we duidelijk zijn: de bal ligt niet in het kamp van de overheid, maar in dat van de etnische minderheden.

Inan & Pinar Akbas
Inan Akbas is schrijver, uitgever en VRT-programmamedewerker.

woensdag 21 oktober 2009

Vegetal City




Luc Schuiten - Vegetal City

http://vegetalcity.net/index.html

Luc Schuiten is a visionary architect. Parallel to his professional career dedicated to the conception of highly respectful environmental housing estates, he imagines interfering in emblematic parts of the city and in its surroundings.

Committed in an ecological thought, concerned about the future of the planet and about the life conditions of the men to come, he dedicated a part of his activity to science fiction.

He has been drawing, without tiring, lots of projects, buoyed up by the worry for other types of life. A way of thinking that gave birth to a new architecture, based upon a poetic vision where invention and relation with nature occupy a predominant place. As well as for his brother François, with whom he co-operated for several books, drawing is a way to explore the futur possibilites.






Claude Nicolas Ledoux (Dormans, 21 maart 1736 – Parijs, 19 november 1806) was een Franse architect. Hij ontwikkelde een strenge, monumentale stijl op basis van simpele geometrische motieven: cirkels, recht- en driehoeken, beter bekend als het Neoclassicisme, en schaduwen. Ledoux stond symbool voor het absolutisme.

Biografie

Ledoux werd geboren in Dormans-sur-Marne. Hij ontving een stipendium voor een studie aan het Collège de Beauvais in Paris, waar hij in 1749 begon. Vervolgens ging hij in de leer als graveur. Daarop volgde een periode van vier jaar in de provincies Bourgondië en Champagne. Rond 1765 bouwde hij kerken, bruggen en dorpsschooltjes, o.a. in Rolampont, Cruzy-le-Châtel en Fouvent-le-Haut. Tussen 1769 en 1771 verbleef hij in London, een belangrijke impuls voor zijn werk. In Parijs maakte hij naam als ontwerper van herenhuizen, o.a. voor de favoriet van Lodewijk XV, Madame du Barry. Dankzij haar kreeg hij veel overheidsopdrachten en werd een van de meest gevraagde architecten. Bij de villa Thélusson, ontworpen voor de weduwe van een Zwitserse bankier, was de toeloop zo groot, dat men overging tot het heffen van entreegelden.

Ledoux is een leerling van Blondel en Trouard. Hij bouwde in classicistische trant, geometrisch en zonder overbodige versieringen. Zijn belangrijkste ontwerpen zijn het plan voor een stad bij de zoutpannen van Arc-et-Sénans, het theater te Besançon, het kasteel van Bénouville bij Caen en de Enclosure du Fermier Général te Parijs. (Summa)

Men kan hem, ondanks zijn kennis van de archeologie, geen classicist noemen in de academische zin. Zij horen veeleer thuis in de rij der grote utopisten. Tot aan de revolutie is Ledoux een druk bezet modearchitect geweest. Zijn bouwwerken vormen de overgang van de Franse klassieken naar het classicisme. Vaak is erop gewezen dat hij al in zijn vroegste periode het barokke feodalisme de rug heeft toegekeerd en de nieuwe vorm van het type dobbelsteen naar voren heeft geschoven.
De meeste ontwerpen van de revolutie konden toen slechts op geringe schaal worden uitgevoerd. Boullée en Ledoux waren de voornaamste ontwerpers, maar hun projecten waren dusdanig tot geometrische en stereometrische vormen teruggebracht dat de technische mogelijkheden van die tijd te kort schoten. Hun voorlichtend nationalisme, hun wiskundige principes en hun neiging terug te grijpen op het oorspronkelijke - met een gedeeltelijk romantisch tempel - typeren de overgangsperiode van de revolutie, die een vermenging inhield van ideeën over de barok en de late barok. Deze architectuur is van groot belang en invloedrijk geweest voor Gilly, de baanbreker van het Duitse classicisme.


De zoutziederij

In 1771 werd hij gevolmachtigde voor de zoutmijnen in de Franche-Comté en LotharingenLedoux ontwikkelde tussen 1773 en 1779 elf pompeuze gebouwen voor de Koninklijke zoutziederij van Arc-et-Senans, tegenwoordig op de lijst van Werelderfgoedlijst. Zout was een winstgevend product en de gabelle een belangrijke belasting in het toenmalige Frankrijk. De werkplaats heeft geen schoorstenen, de rook ontsnapte via de dakkapellen. Er waren woningen voor de arbeiders met een gezamenlijke keuken. Het pekelwater werd aangevoerd via een houten pijpleiding van 23km lengte. Nadat de fabriek rond 1926 werd gesloten, zijn de gebouwen in de Tweede Wereldoorlog gebruikt als interneringskamp voor zigeuners. Zijn ontwerp voor een kanonnenfabriek is nooit uitgevoerd.


De belastingmuur
Ledoux was in 1784 de architect van de "muur van de belastingpachters" en bijbehorende gebouwen. Parijs werd tweeëneenhalf maal zo groot: van de Arc de Triomphe tot de Place de la Nation. Overigens was de nieuwe muur, 24 km lang en met zes torens, erg ruim bemeten. Aan de oostkant was nog maar weinig stedelijke bebouwing. Op het project kwam veel kritiek. Na twee jaar werd met de bouw gestopt omdat de bouw veel duurder werd, dan begroot. De ontwikkeling van luchtballons door de gebroeders Montgolfier in 1783, haalden de functie van de muur, het tegengaan van smokkel, volgens critici onderuit.
[bewerken] Nadagen

Tijdens de Franse revolutie viel Ledoux in ongenade, zat een jaar gevangen en had daarna nauwelijks nog bouwkundige opdrachten. Onder Napoleon Bonaparte werden de gehate tolpoorten van het Ancien Régime, die tijdens de Franse revolutie al zwaar beschadigd werden definitief gesloopt. Van de vijftig à zestig tolpoorten zijn er maar vier overgebleven. Daarnaast staat hij bekend als een utopist. Ledoux ontwierp een bordeel in de vorm van een fallus. In 1804 publiceerde hij zijn L'Architecture considerée sous le rapport de l'art, des moeurs et de la législation met briljante gravures.

dinsdag 23 juni 2009

Decumul

Wat ik las in het Nieuwsblad vandaag:
"GENT - Als Sas van Rouveroij de toelating krijgt om te cumuleren, wordt hij de derde schepen van Open VLD die een nationaal mandaat combineert met een zitje in het schepencollege. Geert Versnick en Mathias De Clercq - de laatste sinds 2007 - combineren hun functie van OCMW-voorzitter of schepen al langer.
'En een cumul met een Vlaams mandaat is nog veel zinniger dan de combinatie met een kamerzitje', zegt Van Rouveroij nu. 'Vlaanderen is immers de belangrijkste bron van inkomsten voor de stad en de Vlaamse regels beïnvloeden voor een groot deel de manier waarop we de stad kunnen besturen.' (TOD)"

Ik ben volledig tegen cumulatie van politieke mandaten, Men moet de tijd hebben en middelen om zich volledig te kunnen engageren voor een bepaald niveau. Hoe meer mensen deelnemen bij het nemen van beslissingen, hoe meer ervaringen en visie aan bod komen, hoe gedragener een beslissing kan zijn. Zo zie ik democratie. Concentratie van beslissingsmacht naar een persoon toe vergroot de afhankelijkheid van die persoon van de politieke instellingen met als gevolg dat de verkozene minder tijd en geld heeft om nieuwe ervaringen en kennis op te doen om beslissingen te nemen. Vandaar dat het beter is dat een voldoende ruime en representatieve groep beslissingen neemt, ieder zich voldoende kan specialiseren en dit gecombineerd met regelmatige, inhoudelijke informatie-uitwisseling en discussie. Men zou moeten voorkomen dat politici een te afgesloten elite gaat vormen en ze de mogelijkheden krijgen en behouden om zich in het niet-politieke leven voldoende te blijven groeien, ontwikkelen. Die levens-wijsheid en -ervaring zijn van even groot belang dan de informatie verkregen uit politiek overleg of politieke besluitvorming.

Verzamelen van postjes en mandaten; vanuit eigenbelang... is schadelijk voor een open, zichzelf regulerende democratische besluitvorming.

zondag 31 mei 2009

Europese lijst vol diversiteit

dinsdag 26 mei 2009

Schipdonkkanaal

maandag 25 mei 2009

Investeer duurzaam in energie